Milieu & gezondheid

50 hoogleraren gaven hun mening over de kiloknaller, een initiatief van Wakker Dier. Prof. Dr. Wladimir Bleuten (eco-hydrologie, Universiteit Utrecht): “Door het stunten met vlees worden initiatieven gericht op vergroting van dierenwelzijn afgeremd. Ook worden veehouders gestimuleerd nog meer vee te gaan houden zodat de toch al grote pro- blemen van luchtverontreiniging (Stikstof), bodem- en waterverontreiniging (Stikstof, Fosfor) door extra mestoverproductie, de import van veevoeder en de uitstoot van broeikasgassen verder zullen toenemen.” Lees meer quotes op de site van de Volkskrant.

RIVM-rapport: bescherming waterwingebieden moet beter

Ongeveer de helft van de grondwaterwinningen is beïnvloed door menselijk handelen, zoals landbouw, riolering, industrie en oude bodemverontreinigingen. De kwaliteit van oppervlaktewater wordt nog directer dan grondwater beïnvloed door menselijk handelen. In de afgelopen decennia is de kwaliteit ervan aanzienlijk verbeterd door emissies vanuit industrie en landbouw te verminderen. Momenteel bestaat de meeste zorg over stoffen die consumenten gebruiken, zoals geneesmiddelen, insecticiden, biociden, cosmetica, brandvertragers en nanodeeltjes. Rioolwaterzuiveringsinstallaties kunnen deze stoffen nog niet goed verwijderen. Daardoor komen ze in het milieu terecht en dus ook in bronnen voor drinkwater. Lees hier verder.

Prof. Lucas Reijnders: ‘Mestfabrieken zijn ecologische waanzin’ 
Geplaatst op 1 december 2013 door Mens, Dier & Peel
Het wegwerken van het mestoverschot met behulp van mestfabrieken valt in de categorie ‘ecologische waanzin’. Dat zei prof. Lucas Reijnders, verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, maandag 4 november in Deurne tijdens een informatie-avond van vereniging Stop de Stank. “Niet mestverwerking, maar verkleining van de veestapel is de logische weg naar beperking van het mestoverschot. Dus geen afschaffing van de dierproductierechten, maar minder dierproductierechten.”

Ruim driehonderd mensen waren aanwezig. Volgens Lucas Reijnders is het doel en nut van mestfabrieken en het mestoverschot vooral politiek gedefinieerd. “Indien optimaal landbouwkundig gebruik van mineralen of adequate milieubescherming het uitgangspunt zouden zijn, dan zou het mestoverschot nog veel groter zijn.”

Dweilen met kraan open
De mestfabrieken waar politici en bestuurders nu over praten, zijn volgens Reijnders niets anders dan “dweilen met de kraan open”. Het gaat daarbij om noodoplossingen op bedrijfsniveau. Maar als totale oplossing voor het ‘wegwerken’ van het mestoverschot zijn ze totaal ongeschikt. “Het omzetten van mest in biogas (mestvergisting) is een raar idee.”

Reijnders lichtte dat nader toe. Als mestvergisters netjes werken, is de hoeveelheid planten voedingstoffen na verwerking van de mest even groot als daarvoor. Echter, koolstofverbindingen die omgezet worden in biogas (en die een gunstig effect hebben op de bodemkwaliteit) gaan juist verloren. “En de netto-energieopbrengst van mestvergisters die draaien op varkensmest is ongeveer nul en waarschijnlijk negatief als het digestaat een warmtebehandeling krijg in verband met het doden van ziektekiemen.”

Meer nutriënten
Het idee dat mestvergisters energie opleveren, werd door Reijnders aan de hand van feiten en rapporten afgeserveerd. Het overschot aan nutriënten (mineralen als fosfaat, stikstof en kalium) neemt niet af, maar juist toe. De kwaliteit van het overblijvende digestaat (na vergisting) noemde hij ‘zorgelijk’. Daarnaast is er een risico op toename van overlast en gezondheidsschade (stank, ziekteverwekkers uit dierlijke afval, zoals Chlostridia.

Volgens Reijnders dienen biogasinstallaties (mestvergisters) behandeld te worden als chemische fabrieken. Er gaan grote hoeveelheden zwavelwaterstof en methaan in om en er is aanzienlijke kans op calamiteiten bij het vrijkomen van grote hoeveelheden gas (risico op explosies). “Grote biogasinstallaties vallen onder het Besluit Risico’s Zware Ongevallen, ook bekend als de Seveso Richtlijn.

Kunstmestvervanger is fabel
Ook de vaak gesuggereerde optie om ‘kunstmest’ te vervangen via digestaat werd door Reijnders naar het rijk der fabelen verwezen. “Het vreet energie en is commercieel gezien zeer onwaarschijnlijk.” In dit verband verwees hij naar het afblazen van de fabriek voor biogas & ‘kunstmest’ uit mest door Desso. Een ander zorgpunt is de ontwatering en het afvalwater van mestfabrieken. Ook dit vreet energie.

Lucas Reijnders: “Daar komt bij dat omgekeerde osmose een buitengewoon lastige techniek is als je met mest werkt. Het organisch materiaal levert heel veel problemen op met het schoonhouden van de membranen. Bij testen die wel goed zijn gegaan, vindt behoorlijke zuivering plaats, maar slechts gedeeltelijke zuivering. Een deel lekt dus zeker weg naar oppervlaktewater. Ik ben daarom zeer sceptisch of omgekeerde osmose wel goed gaat in de praktijk in een container op een boerenerf.”

En hoe je het ook wendt of keert: de hoeveelheid mineralen blijft hetzelfde. Daar bovenop komt het transport naar locaties waar ruimte is voor het mestoverschot. “Die afstanden zijn zeer groot en vergen dus energie vretend transport.” Reijnders schetste de kansen van mestfabrieken als ‘ongunstig, mede omdat in het buitenland dierlijke mest uit Nederland geen goede naam heeft’.

Fijnstof en resistentie
Prof. Reijnders plaatste bovenstaande problematiek in het perspectief van een reeks andere aandachtspunten. Zo is de intensieve veehouderij verantwoordelijk voor de uitstoot van fijnstof (PM 10) dat de kans op ziekten aan ademhalingsorganen & hart- en vaatziekten vergroot vanwege de aanwezigheid van endotoxinen. Rond meetpunt Vredepeel bedroeg het jaargemiddelde 23 microgram per kubieke meter in 2012, terwijl het veilige gemiddelde 9 microgram per kubieke meter is. Elders in het Peelgebied zijn volgens Lucas Reijnders nog hogere concentraties gemeten.

De Noord Brabantse Verordening Ruimte staat zelfs 31,2 microgram per kubieke meter toe!

Verder is er een toenemend probleem met resistente bacteriën (onder andere ESBL, MRSA) door overmatig gebruik van antibiotica en stankoverlast (stress en verhoogde kans op hart- en vaatziekten). Dit heeft te maken met een hoog gebruik aan antibiotica in de veehouderij. In 2012 kreeg een mestkuiken gemiddeld 19,9 behandeldagen per jaar en een zeug & big gemiddeld 14,6 dagdoseringen per jaar. “Bij grote bedrijven is het gemiddeld antibioticagebruik per dier hoger.” Resten van deze anti-microbe middelen komen in de mest terecht en uiteindelijk weer ergens op het land. “Dit zorgt voor verdere toename van het probleem van resistentie.”

Hoogste fosfaataccumulatie
Het milieu heeft verder last van de veehouderij door een groot overschot aan plantenvoedingsstoffen (nutriënten). Nederland heeft per hectare de hoogste fosfaataccumulatie in Europa; sinds 1900 gaat het om gemiddeld ongeveer 2.000 kg fosfor / ha. Het gevolg is toenemende fosfaatverzadiging en – uitspoeling. “Het toevoegen van fosfaat in de Peel is voorshands niet zinvol om een grotere gewasopbrengst te bereiken”, aldus Reijnders. “Desondanks is er in de Peel voor Nederlandse verhoudingen nog steeds sprake van een zeer hoge fosfaatgift mede dankzij naar Europese maatstaven zeer ruime bemestingsadviezen.”

Ook de uitstoot van stikstof (ammoniak, nitraat) is volgens Reijnders ‘zeer hoog’ in de Peelregio. Een tendens die de afgelopen 10 jaar zelfs toenam. Zo behoren de concentraties ammoniak in het meetstation Vredepeel in 2012 tot de allerhoogste van Nederland (uur-gemiddelde van 396 microgram per kubieke meter lucht), terwijl dit elders in Nederland gemiddeld 20 microgram per kubieke meter lucht is. Ook de neerslag van stikstofverbindingen in de Peel ligt ver boven de kritische waarde van 400 mol stikstof/ha.”