BIJDRAGE AAN EEN RICHTINGGEVENDE PROVINCIALE VISIE OP DE LEEFOMGEVING

Goed om in het voorontwerp van de visie op de leefomgeving te lezen dat de provincie de kwaliteit van Brabant centraal stelt. We zijn gelukkig dat als uitgangspunt gekozen wordt dat we samen moeten zorgen dat we die kwaliteit van Brabant vast willen houden en door kunnen geven aan de generaties na ons.

We vragen ons echter af of we met deze visie, behalve de plussen ook niet een aantal actuele minnen op het gebied de kwaliteit van de leefomgeving vooruit schuiven en zo geruisloos door laten lopen naar de toekomst. Want er is relatief erg weinig aandacht voor het indammen van de uitwassen die de met name de concentratie van intensieve veehouderij in grote delen van Brabant met zich meebrengt. Saillant en wellicht ook pijnlijk is het te constateren, dat het woord “varken” in de hele visie niet voorkomt en men zich zelfs niet aan het eufemisme odeur heeft gewaagd.  En ook vinden we slechts sporadisch concrete elementen van een veranderingsgezindheid om met een duidelijke richting-gevende visie een nieuwe koers uit te stippelen voor deze tak van de Brabantse agrofood.

Een stip volstaat niet langer

En willen we in denken en doen écht een perspectief bieden op een schone toekomst, dan zullen we nu een halt moeten toeroepen aan deze olievlek. En we zullen ook de reeds aangebrachte schade en nadelige effecten moeten repareren en met een nieuwe beleidsrichting moeten voorkomen dat deze blijven voort woekeren.

De toekomst is, door de negatieve spiraalbeweging waarin ook ons klimaat terecht is gekomen, in nevelen gehuld. Een beleidsmatige stip op de horizon volstaat niet langer. Stippen op de horizon zijn als een fietstocht naar de wassende maan. Het provinciehuis zal nu als een Brabantse Brandaris écht richtinggevend moeten zijn voor een koers naar een nieuwe toekomst.  En daarbij moet alles in het werk gesteld worden om bij burgers en bedrijven de handen hiervoor op elkaar te krijgen en daarop samen in te zetten. Waarbij het misschien helpt om aan te geven dat we geheid op de klippen lopen als we een andere koers varen.

Aanpak bij de bron

In de preambule wordt verwezen naar de vier klassieke elementen “vuur, aarde, lucht en water”. De klassieken beseften dat, als de balans tussen de vier elementen verstoord was, zich dat uitte in tekortkomingen en ziekten. Ze wisten ook dat je de effecten van een dergelijke disbalans kon afdekken door de symptomen daarvan te bestrijden. Ze waren er echter van overtuigd dat het veel beter was dit spanningsverschil binnen een systeem bij de bron aan te pakken door een teveel van het ene element af te laten vloeien of dit teveel te compenseren met een stimulering van een ander element.

Visie op intensieve veehouderij komt nauwelijks uit de verf

Uit de ontwerp visie en het motto “eenvoudig beter” spreekt het voornemen van de provincie om krachtdadig in te zetten op zo’n verbeterbeleid bij de bron, waar het gaat om aanpak van fossiele brandstoffen, verkeer, logistiek, industrie en de stedelijke leefomgeving. Applaus.

We zoeken echter vergeefs naar een soortgelijke heldere richtinggevende visie op de vee-industrie binnen de agrofood.  Een visie op hoe we de negatieve effecten van deze plattelandsindustrie kunnen ondervangen, repareren en vooral naar de toekomst toe voorkomen, komt namelijk nauwelijks uit de verf.

Economisch belang

Het uitgangspunt blijft het vermeende economisch belang van de agrofoodsector, terwijl het al lang niet meer de vraag meer is of dat belang, voor wat betreft de intensieve sectoren, nog wel opweegt tegen de niet gekapitaliseerde minpunten, zoals de actuele schade aan bodem, lucht en water, de kosten van verminderde volksgezondheid, de effecten van de aanslag op de natuur en van de negatieve spiraal waarin ons klimaat is beland. Er worden in deze ontwerpvisie links en rechts wel negatieve facetten van deze doorgeschoten agrofood aangestipt, zoals de import van veevoer, de druk op onze bodem door mest en zware metalen en de afname van biodiversiteit. Soms worden de negatieve effecten, zoals de schadelijkheid voor de volksgezondheid, echter slechts tussen neus en lippen door gemeld of alleen indirect benoemd, als iets waar we in de toekomst geen last meer van zullen hebben.

Drone-vlucht heeft veel weg van droom-vlucht

Maar de drone-vlucht waarmee het toekomstbeeld van de agrofood geschetst wordt, heeft in een aantal opzichten veel weg van een droom-vlucht. Want we missen de concretisering, waardoor deze visie de beoogde diepte, breedte en lengte krijgt. Er wordt een toekomstbeeld geschetst dat vooral bestaat uit hoopvolle verwachtingen:

  • er is al begonnen aan een transitie die door de consument steeds meer gewaardeerd wordt;
  • boeren slagen er steeds beter in hun uitstoot terug te dringen, en
  • boeren en burgers hebben zich verenigd in coöperatieve boerderijen.

Daarbij komen termen als duurzaamheid en circulariteit bij herhaling terug om dit perspectief kleur te geven. Maar het ontbreekt aan concrete beelden in de visie ten aanzien van

  • hoe de groei van dit probleem afgestopt wordt,
  • hoe de actuele overdosis vee teruggebracht wordt tot een circulaire veestapel,
  • hoe de schade aan milieu en bodem gerepareerd gaat worden,
  • wat de maatstaf wordt voor circulaire veehouderij op onze Brabantse postzegel,
  • hoe en welke alternatieven binnen de agrofoodsector gestimuleerd worden om een koers naar werkelijk circulaire en gezonde voeding in te zetten,en
  • hoe de koers gecorrigeerd wordt om een halt toe te roepen aan de verslechtering van ons leefmilieu en ons welzijn.

Klimaatproof

Als het er om gaat Brabant klimaatproof te maken gaat er veel aandacht naar de grilligheid van water als één van symptomen van het verslechterend klimaat. Relatief onderbelicht blijft de bijdrage die Brabant zelf kan leveren aan herstel van het klimaat door een aanpak bij een van de bronnen: het repareren en voorkomen van de klimaatverslechtering door in het buitengebied, behalve enkel op water, ook te focussen op lucht en aarde. Want er is wél aandacht voor ‘urban green’ om het leefklimaat in de stad te verbeteren.  Maar het punt dat er iets gedaan kan en moet worden aan de uitwas van broeikasgassen door de veehouderij, met name methaan, dat een 25 keer negatievere uitwerking heeft dan CO2,  wordt wel erkend, maar wordt terzijde ondergebracht bij het energieprobleem. Of en hoe dit probleem, met name in Brabant binnen de veehouderij bij de bron aangepakt gaat worden, blijft daarmee echter de vraag. De verwijzing naar circulariteit is nu vrijblijvend en heeft een hoog Haarlemmerolie-gehalte, zolang die circulariteit niet kwalitatief en kwantitatief gedefinieerd is.

CO2-opslag

Ook de mogelijkheid dat we in het buitengebied door de opslag van CO2 in bodem en in bomen structureel bij kunnen dragen aan klimaat-reparatie en herstel van de balans komt onvoldoende over het voetlicht. Een gemiste kans omdat we met extra structuurverbeteraars in onze bodem en met extra aanplant van bomen, ook bij groene inpassingen van stallen, structureel kunnen bijdragen aan natuurlijke CO2-opslag. Dit pleidooi voor meer bomen en gebruik van inlands hout – waarom geen houten huizen? – om CO2 ook blijvend te binden, geldt voor heel Brabant. Oók voor natuurgebieden, waar de beleidsmakers dit aspect van het klimaatprobleem nog niet op de agenda hebben staan en waar we ons in de veedichte regio’s van Brabant nog kaalslag en extra grazers denken te kunnen permitteren.

Hoge verwachtingen van technologie

De ontwerpvisie schetst een sterk toekomstbeeld van een agrofoodsector die wereldwijd een voorbeeldfunctie zou vervullen, dank zij de innovatieve methodieken vanuit de circulaire landbouw. Om dat beeld te realiseren zal echter een stevige duw voorwaarts nodig zijn. Want de innovatieve ontwikkelingen in het probleemveld van de veehouderij zijn thans in de praktijk grotendeels gericht op kostenreductie of zijn ontstaan onder de druk van smalle regelgeving, zoals bijvoorbeeld luchtwassers die alleen gericht zijn op ammoniak.

Bio-mimicry

Wat betreft de innovatie wordt verwacht dat technologie veel van de bestaande knelpunten zal oplossen. We zien daarbij veel oude en nieuwe trends de revue passeren. Wij willen een pleidooi houden voor ontwikkelruimte en stimulering van meer natuur-nabije innovaties. Voorrang voor innovaties op basis van bio-mimicry, waarbij principes en technieken afkomstig uit de gereedschapskist van de natuur zelf, worden toegepast op onze bedrijvigheid. De natuur blijkt immers keer op keer effectiever en efficiënter te zijn in de functionaliteit van haar oplossingen en remedies dan wij met onze technologische slimmigheidjes. Want daarbij sturen we vaak slechts op winst op geïsoleerde aspecten, zonder rekening te houden met de effecten daarvan op de natuurlijke context. Wij staan nu voor de opdracht de negatieve effecten van een vergaand geïndustrialiseerde veehouderij te vereffenen en dat gaat zo goed als zeker niet lukken door meer van hetzelfde.

Waar maken van begrip duurzaamheid 

De provincie pleit er in deze visie voor om naar de toekomst toe in te zetten op waarden-creatie en op een drievoudige benadering waarbij gelet wordt op effecten in de diepte, de breedte en de rondte. Wij zouden graag zien dat het perspectief van beleidsmaatregelen op de tijds-as, dat nu ondergebracht is bij de diepte-aspecten, een afzonderlijk eigen chapiter krijgt als lengte-maat. Want het is hoog tijd om, conform Brundtland, het begrip duurzaamheid hard te maken als houdbaarheid in de tijd. Dat vraagt een provinciale overheid die de moed heeft om het voortouw te nemen als het er om gaat de koers naar de toekomst uit te stippelen en daarbij het leiderschap toont om uit de schaduwen van het verleden te stappen. Dat vergt mogelijk vaak vergaande beslissingen, zoals

het stap voor stap opschonen vanaf de onderkant van bestaande belastende bedrijvigheid, >> en het tegelijkertijd aanreiken van duurzame alternatieven en overstaptrajecten;

 

het omkeren van de bewijslast: technologische innovaties mogen pas breed toegepast worden, nadat gebleken is dat ze bijdragen aan bevordering van de volks-gezondheid; dan wel geen nadelig effect hebben, in plaats van dat pas een verbod volgt nadat de schadelijkheid bewezen is,

 

>> waaraan gekoppeld een ruime experimenteerregeling om innovaties in de praktijk te kunnen ontwikkelen en te kunnen beproeven op hun houdbaarheid vanuit dit perspectief;

 

het definiëren en differentiëren van de fysieke ruimte die Brabant heeft  om circulair te kunnen (blijven) voorzien in een substantiële bijdrage aan gezond voedsel van een gezonde eigen bodem in een gezonde leefomgeving, >> met afbouwtrajecten en overstapmogelijkheden voor bedrijvigheid die vanuit dit circulair perspectief boventallig zijn;

 

Betrokkenheid nodig

Om, zoals beoogd, tot de ‘innovation leaders’ van Europa te blijven behoren, heb je de betrokkenheid van alle partijen nodig om een zo groot mogelijk potentieel aan vindingrijkheid – één van de typerende kenmerken van de Brabander –  te kunnen mobiliseren. Vindingrijkheid die bitter hard nodig is om samen de meest kansrijke koers naar een duurzame toekomst uit te stippelen. Die betrokkenheid is ook nodig voor de wil en de moed om als Brabanders samen die route daadwerkelijk te gaan lopen.

Dat betekent dat we voor het ontwikkelproces van dit denken niet kunnen volstaan met medezeggenschap, het verwerven, of realistischer, het bij elkaar harken van draagvlak of het organiseren van participatie. We zullen mensen moeten uitnodigen en moeten uitdagen om aan de voorkant actief mee te denken over een nieuwe richting naar de toekomst en over de noodzaak om daar samen écht werk van te maken.

Vuur, aarde, lucht en water

Want de balans tussen de klassieke vier elementen is niet alleen van belang voor de natuur, maar ook voor de mens en de samenleving, zoals Carl Gustav Jung ook voor dit tijdperk onderstreept heeft.

Als de voortrekkers vanuit de provincie

  • bij de burgers en bedrijven enthousiasme (vuur) weten los te maken voor deze visie,
  • en deze in staat gesteld worden hun eigen gedachtegoed in te brengen (lucht)
  • en ze worden uitgenodigd en gefaciliteerd om mee te draaien in het ontwikkelingsproces (aarde)
  • dan heb je Brabanders die volop betrokken zijn (water) bij deze nieuwe koers.

En die heb je nodig. Want je hebt Brabanders nodig die met hart en ziel bij willen dragen aan de realisatie van deze nieuwe toekomst. Wij kunnen en willen helpen om dit vuur onder onze burgers aan te wakkeren en het gesprek daarover aan te gaan met alle andere partijen.

23-02-2018   Namens het Brabantse Burgerplatform,

Marika Berkers      Cyril Hoevenaars        Geert Verstegen        Frank van den Dungen